Vitamine D3 en vitamine K2 hebben elk een unieke rol bij de calciumhuishouding in je lichaam — en die rollen vullen elkaar precies aan. D3 zorgt voor de opname van calcium uit je darmen in het bloed. K2 activeert vervolgens twee specifieke eiwitten (osteocalcine en matrix-Gla-eiwit) die het calcium uit het bloed naar je botten en tanden transporteren — en het juist weghouden uit je bloedvaten en zachte weefsels.
Zonder voldoende K2 kan een hoge dosering D3 in theorie zelfs ongunstig uitpakken: er komt meer calcium in het bloed terecht, maar zonder K2 blijft een deel daarvan in de bloedvaten of weefsels rondzwerven in plaats van naar de botten te gaan. Daarom kiezen veel mensen die langere tijd D3 in hogere doseringen gebruiken voor een combiproduct met K2 erbij.
Bron:
EU Register on nutrition and health
claims (Verordening (EU) 432/2012 — officieel toegestane
gezondheidsclaims).
Wat is vitamine K2 precies — en waarom niet K1?
Vitamine K bestaat uit twee hoofdvormen: K1 (fyllochinon) en K2 (menaquinon). K1 zit vooral in groene bladgroenten en speelt vooral een rol bij bloedstolling. K2 wordt geproduceerd door bacteriën — zowel in gefermenteerde producten (natto, sommige kazen) als in beperkte mate door de bacteriën in onze eigen darmen.
K1 en K2 verschillen in hun verdeling in het lichaam: K2 blijft langer beschikbaar in het bloed dan K1 en bereikt daardoor ook weefsels buiten de lever, zoals botten en bloedvaten. Binnen de K2-familie wordt MK-7 (menaquinon-7) als de meest stabiele subvorm beschouwd, met een halfwaardetijd van ongeveer 72 uur.
Krijg je niet genoeg K2 uit voeding?
In Nederland krijgt het overgrote deel van de bevolking zeer weinig K2 binnen via voeding. De rijkste bron is natto (gefermenteerde sojabonen) — een traditioneel Japans gerecht dat hier nauwelijks wordt gegeten. Andere bronnen zijn rauwmelkse kazen (Gouda, Brie) en wat eierdooier en orgaanvlees, maar de hoeveelheden zijn
beperkt. Voor wie zekerheid wil over een effectieve K2-status, is suppletie de meest praktische route.