Hoewel iedereen in Nederland vatbaar is voor een D-tekort in dewintermaanden, lopen sommige groepen extra risico — ook in de zomer:
Mensen met een donkere huid
Hoe meer pigment de huid bevat, hoe minder UVB-straling wordt omgezet in vitamine D. Iemand met een donkere huid heeft tot 5× zoveel zonblootstelling nodig om dezelfde hoeveelheid D aan te maken als iemand met een lichte huid.
Ouderen (60+)
Naarmate je ouder wordt, neemt het vermogen van je huid om vitamine D aan te maken af. Bij een 70-jarige is de aanmaak ongeveer 25% van die van een 20-jarige bij dezelfde zonblootstelling. Daarbij komt dat ouderen vaak minder buiten komen.
Mensen die weinig buiten komen
Wie veel binnenshuis werkt, lange werkdagen achter een scherm doorbrengt, of om religieuze of praktische redenen bedekt naar buiten gaat, mist de UVB-blootstelling die nodig is voor natuurlijke aanmaak.
Zwangere vrouwen, baby's en jonge kinderen
Voor zwangeren, baby's en jonge kinderen geldt een verhoogde behoefte. Voor deze groepen wordt vaak specifieke suppletie aangehouden, ongeacht het seizoen.
Mensen met overgewicht
Vitamine D is vetoplosbaar en wordt opgeslagen in vetweefsel. Bij overgewicht kan een groter deel "verstopt" raken in de vetcellen, waardoor de bloedwaarden lager uitvallen bij dezelfde inname.
Hoeveel vitamine D heb je nodig?
Een gangbare dagelijkse hoeveelheid is voor de meeste volwassenen 10 microgram (400 IE) vitamine D per dag, en 20 microgram (800 IE) voor ouderen vanaf 70, vrouwen tijdens zwangerschap en mensen met een donkere huid die weinig buiten komen.
Dit zijn echter ondergrenzen om een ernstig tekort te voorkomen — niet de doseringen waarbij een optimale bloedwaarde wordt bereikt. In de orthomoleculaire praktijk worden vaak hogere doseringen gebruikt: 25 tot 75 microgram per dag (1000 tot 3000 IE), afhankelijk van de uitgangswaarde, leeftijd, seizoen en lichaamsgewicht.
Voor wie zijn vitamine D-status echt wil kennen, is een bloedonderzoek (25-OH-vitamine D) de meest betrouwbare graadmeter. Op basis van die uitslag kan een passende dosering worden bepaald — eventueel in overleg met een arts oforthomoleculair therapeut.